Voor 1600
Utrecht kreeg in 1122 stadsrechten. Toen mocht het zichzelf ook gaan verdedigen. Er werd eerst een stadsbuitengracht aangelegd, waarvoor een deel van de loop die een stukje Rijn had, er ook voor werd gebruikt. Er binnen kwam een aarden wal, die werd versterkt door tufsteen. Toen in de 13e eeuw bakstenen ter beschikking kwamen, werd het tufsteen vervangen door baksteen. Je kunt nog een klein stukje ervan zien als je langs de Singel naar de Schouwburg loopt, aan het eind aan je linkerhand.
Rond 1500 zag Utrecht er toen zo uit:
Er waren 4 poorten: de Weerdpoort, de Wittevrouwenpoort, de Tolsteegpoort en de Catharijnepoort. Lepelenburg bestond nog niet. De plaats waar wij nu wonen is op deze kaart ongeveer in het midden bovenin, net buiten de Singel.
Rond 1550 liet Karel V een aantal bastions aanleggen, waaronder Manenborgh en Sonnenborgh, en in 1577 ook een aantal aarden bolwerken. Toen werd Lepelenburg aangelegd. Er kwam daar een doorgang door de stadsmuur die later Maliepoort genoemd werd. Het zag er zo uit:
Deze tekening moet gemaakt zijn door iemand die ongeveer stond waar wij nu wonen.
De botanische tuin binnen een hoornwerk
In 1637 kreeg Utrecht een universiteit. Om studenten te trekken kregen ze allerlei voordelen, dus brood en spelen. De zeer goedkoop wijnen en bier waren zeker erg belangrijke: het was zo goedkoop dat veel Utrechters zich ook snel als student lieten inschrijven. Voor de spelen kregen ze een ruimte waar ze palle malle konden spelen: met lange stokken proberen een bal met zo weinig mogelijk slagen over een grote afstand te verplaatsen. Die baan werd aangelegd bij de poort door de stadswal, zodat deze goed bereikbaar was. Het speelveld werd de Maliebaan, genoemd naar een verbastering van de naam van het spel. Het was extra aantrekkelijk omdat er ook al een herberg was, die tegelijkertijd de spullen verhuurde voor het spel. Die heette Het Gulden Vlies, en die herberg kennen we nu nog als het Maliehuis, op de hoek met de Maliesingel. Het zag er in 1660 zo uit:
Er stonden houten schotten langs de kant. Links ziet u nog het Maliehuis. Het klopt niet helemaal, want het is een halve slag gedraaid op deze tekening. De Maliebaan was in aanleg 800m lang want zo lang moest het speelveld zijn.
Er waren meer banen in de wereld waar men het palle malle speelde. Een bekende is die van Londen, waar de grote winkelstraat nu nog Pall Mall heet. Mall werd daarom later de naam die aan een grote groep winkels werd verbonden. De naam Mall bij het centraal station en die van de Maliebaan hebben dus dezelfde oorsprong.
De medisch studenten moesten ook hun medicinale kruiden kunnen bestuderen. Daarvoor werd een hoornwerk aangelegd. Een hoornwerk eist een uitbouw van een verdedigingsmuur, vaak met een wal er ook weer om heen. Utrecht had er al een in het Noorden, voor alle smeden (vanwege het brandgevaar): dat is de oorsprong van de Bemuurde Weerd. Nu werd er een ten zuidoosten van de Maliebaan aangelegd, met aarden wal en gracht er om heen. Die botanische tuin lag dus precies waar wij nu wonen. Hij lag er niet lang, van 1639 tot 1654. Toen ging de botanische tuin toch naar een veilige ruimte binnen de stadsmuren, bij Sonnenborgh, waar toch al een botanische tuin lag, ook aangelegd in 1637, en weer later, in 1723, verhuisde de botanische tuin naar de Nieuwe Gracht.
De kaart van Utrecht uit 1649 zag er toen zo uit:
Je kunt de Maliebaan met (toen nog 4) rijen bomen zien liggen. Je ziet ook dat de singel aan beide kanten om Lepelenburg heen liep, en de brug in feite uit 2 delen bestond. En het hoornwerk , met wal en gracht, is goed te zien.
Er is een ets uit 1660 waarop bij de beschrijving aangegeven wordt dat links het hoornwerk ligt:
In het midden is Sonnenborgh te zien, en rechts St. Servaas, de kerk die stond waar nu het Servaas bolwerk ligt. Zover ik kan nagaan is dit de oudste prent waar het gebied op wordt weergegeven waar wij nu wonen.
De tijd tussen 1650 en 1850
Er is niet veel bekend wat er daarna met het hoornwerk is gebeurd; wel dat geleidelijk aan, na 1675, het weer werd afgebroken. Als de archieven open zijn zal ik dat nog nazoeken. Van de omgeving is wel veel bekend. De Maliebaan werd geleidelijk aan niet meer voor het spel gebruikt, maar bleef wel een plaats waar men graag was. Zelfs Napoleon vond het een mooie plek, en heeft er een defilé van 25.000 man afgenomen. Er ontstonden aan beide zijden (die Karnemelkse kant en Slagroomkant werden genoemd) tuinhuisjes, met tuintjes eromheen waar de gegoede burgerij zich kon verpozen. Je kunt een aantal van de tuinhuisjes nu nog terugzien in de huizen aan de Maliebaan: elk huis waar je een ‘erker’ ziet, meestal zeshoekig, is gebouwd om het tuinhuis heen, en de erker is in feite het vroegere tuinhuis. Bovenop de stadswal werd een enorm huis gebouwd door Everardus Dudok, in 1768 (inderdaad heel in de verte familie van Willem Dudok, de architect van bijvoorbeeld het stadhuis in Hilversum). Hij noemde het Bellevue, naar een Surinaamse koffieplantage Oud-Bellevue waar hij eigenaar van was. Het zag er in 1772 zo uit:
Je kijkt vanuit de Maliebaan op de Maliebrug, en ziet het huis er achter liggen. Je kunt ook theehuizen zien op Lepelenburg: het was een populaire plaats om een theehuis te hebben of zelfs te wonen. Bellevue raakte in het begin van de 19e eeuw geleidelijk aan in verval, en werd afgebroken vlak voor Zocher zijn plantsoen aanlegde op de plaats waar eerst de verdedigingswal lag. Reden dat het maar zo kort bestaan heeft is niet met zekerheid bekend; een versie is dat er onenigheid was tussen Dudok en zijn dochter over haar verloofde Van Lelyveld, waardoor hij in zijn testament liet vastleggen dat nooit iets van zijn erfenis naar die echtgenoot mocht gaan; een andere versie is dat Dudok en zijn compagnon in Suriname het huis in Utrecht gebruikte als onderpand voor een zakelijke transactie bij de plantage, en dat maakte dat het pand niet verkocht wordt worden; die compagnon was weer de vader van de verloofde van zijn dochter. Dudok ging dood, en zijn nog jonge dochter kort daarna, en na korte tijd werden twee notarissen beheerder.
Er lagen op de plaats waar we nu wonen vooral tuinderijen. Er moet een herberg gestaan hebben, die heette het Wapen van Bemmel. Ik dacht eerst dat dit was vlak bij de spoorwegovergang naar de Zonstraat. Er is een tekening van uit 1765 waarbij je op de voorgrond de singel met de wal ziet. Het huis op de achtergrond rechts is het Fundatiehuis, waar je nu tegenaan rijdt als je de Lange Nieuwstraat afrijdt. Bij nader inzien denk ik dat het bruggetje op de voorgrond het bruggetje is over de Minstroom, en de foto is genomen voor het Wees- en Oudeliedenhuis St. Hieronymus. Dat past ook beter bij de afstand tot het Fundatiehuis; ik heb een recente foto er onder gezet:
Gebeurde er toen niets op de plaats waar wij nu wonen? Jawel, maar ik weet nog niet wanneer precies. Op een kaart uit 1832 wordt het al wel aangegeven: een serie huisjes naar elkaar, op de ruimte tussen wat we nu kennen als Maliesingel 38 en 39, loodrecht op de singel. Het werd het Rozenhofje genoemd. Het voorste huisje was wat chiquer en werd Klein Bellevue genoemd. Er is een bouwtekening met de voorkant uit 1883 en een ets van uit 1935, waarop je het een beetje kunt zien:
Wie het heeft gebouwd, en waarom, is me nog niet duidelijk. Misschien is het door een stichting is gedaan, als sociale woningbouw. Er hebben een aantal schilderachtige personen gewoond die geregeld in het Utrechts Nieuwsblad kwamen doordat ze dingen deden niet door de beugel konden. Ze hadden ook in de jaren twintig van de vorige eeuw één ‘secreet’ voor alle bewoners, en erg hygiënisch zal het dan ook niet zijn geweest. Er is een foto uit 1938, vlak voor ze in 1942 gesloopt werden:
Familie Ram
Het land waar de huisjes op stonden was van de familie Ram. Dat was een bekende Utrechtse familie waarvan verschillende leden notabelen waren, waaronder burgemeester van Utrecht. Ook Hoogland, aan de andere kant van de Maliebaan, was van die familie, en ze hadden ook het pand Maliebaan 7. Isaac Ram was gemeentesecretaris, en die liet in 1850 (?) een huis aanleggen op de plaats die nu precies midden in de Johan van Oldenbarneveltstraat ligt:
Als gemeentesecretaris was de familie Ram uiteraard goed op de hoogte van alles wat speelde. De familie was sowieso erg belangrijk voor de stad: bij de aanleg van de Oosterspoorlijn protesteerde de weduwe van de vroegere burgemeester, barones Taets van Amerongen, die in Hoogeland woonde, dat de geplande spoorlijn haar uitzicht op de tuin verpeste. En jawel, de lijn werd verplaatst….
De weduwe van Isaac Ram, mevr. Ram-Duim, werd gevraagd of ze het gebied wilde verkopen aan de gemeente. Want de gemeente was op zoek naar een plaats voor een nieuw stads- en academisch ziekenhuis: binnen de singel was er onvoldoende ruimte voor. Bij Lepelenburg, met een goede toegang tot de binnenstad, dat leek hen wel wat. Hun tekening ervoor uit 1860 was deze:
Dus vanaf de Johan de Wittstraat tot ruim voorbij de Hugo de Grootstraat moest het ziekenhuis komen te liggen. De gemeente bood 50.000 gulden voor de grond maar dat vond mevrouw Ram-Duim niet voldoende. Uiteindelijk koos de gemeente de grond bij de Catharijnesingel, die ze ook nog eens voor minder (30.000 gulden) konden kopen.
Maar de familie Ram had wel gelijk dat ze er meer voor vroegen. Want in 1872 moest de Oosterspoorlijn echt aangelegd worden, met een station in hun achtertuin, en dus moesten ze weg. Ze werden onteigend, en kregen voor de grond meer dan 100.000 gulden. Mevr. Ram-Duim verhuisde naar Maliebaan 27, waar ze nog lang met plezier woonde. Eind goed – al goed.
Aanleg van de straten
Voor de aanleg van de Oosterspoorlijn moest men telkens alle eigenaren onteigenen. Daarom is er een kaart met alle eigenaren rond 1870. Een deel daarvan zie je hier:
Je ziet het huis van de familie Ram nog liggen, het geplande station staat er ook. Er was een grote vijver achter het huis van de familie Ram. Je ziet ook het Rozenhofje getekend. Er staan nog 2 gebouwen ertussenin maar tot nu toe heb ik nog niet met zekerheid kunnen vaststellen van wie die waren en wat voor soort huizen het waren; het meest waarschijnlijk gaat het om het tuinhuisje en schuur van notaris Van Loenen, vergelijkbaar met al die tuinhuisjes die er aan de Maliebaan lagen. De grond ten Westen van de toekomstige Hugo de Grootstraat was van de beheerder van Sonnenborgh, Albertus Nijland:
De Oosterspoorlijn kwam er, en ook het Oosterstation. De straat van het station naar de Maliebrug werd door iemand met veel fantasie Stationsweg genoemd. Toen kwamen er allerlei plannen om het gebied verder te ontsluiten. Het is verrassend te zien dat van alles bedacht werd, tot aan een grote straat van de Oudwijkerdwarsstraat (toen nog Oudwijkerveldstraat geheten) naar de singel aan toe, die dwars door onze buurt zou zijn gelopen. Uiteindelijk kwam men op het plan uit om een straat te maken evenwijdig aan de Maliesingel (vandaar dat die Parallelweg werd genoemd, en twee straten die van daaruit naar de singel liepen (de latere Johan de Witt en Hugo de Grootstraat) en die aansloot op de Stationsweg. Geleidelijk aan werden bouwvergunningen afgegeven en huizen gebouwd. Zo werd Hugo de Groot 1-13 eerst aangelegd en daarna pas 2-12. De precieze volgorde van alle huizenbouw ken ik nog niet.
Geboorte!
Op 2 mei 1901 werd in het Utrechts Nieuwsblad gepubliceerd, dat de straten nieuwe namen hadden gekregen: Hugo de Groot, Johan de Witt en Joan van Oldenbarnevelt. U ziet het goed: Joan, zonder ‘h’. Dat is decades zo blijven bestaan, voor het gecorrigeerd werd. Het was vanaf het begin de bedoeling dat het ‘laan’ werd genoemd maar op de eerste tekeningen werd nog wel Joan van Oldenbarneveltstraat aangegeven.
Zoals je ziet wisten B en W wel degelijk dat het Johan en niet Joan moest zijn, maar was dat alleen minder goed bekend bij degene die de straatnaambordjes moest maken.
Het Rozenhofje bleef gewoon bestaan; het is de reden waarom de tuinen van de Oostzijde van de Johan de Wittstraat zo klein zijn. Er is in 1929 een vlucht gemaakt door graaf Von Zeppelin in een Zeppelin, en daarbij een foto gemaakt van de buurt. Daarop kun je het Rozenhofje ook nog zien liggen:
In 1892 kwam de paardentram in Utrecht. Op het plein voor het Oosterstation werd een remise aangelegd, met enorme paardenstallen. Het huisje wat nu links in de hoek staat van de parkeerplaats is de vroegere remise; de paardenstallen zijn verdwenen, maar op de luchtfoto zie je ze links in het midden nog liggen. In 1962 zag het er zo uit:
De paardenstallen hebben wel nog andere functies gehad, bijvoorbeeld voor het comité van werkverschaffing in 1930 (de stoet ervoor is een trouwstoet):
Nog wat foto’s hoe het er begin vorige eeuw uitzag. Eerst de Jo(h)an van Oldenbarneveltstraat/laan in 1901:
Je ziet dat een aantal huizen nog niet gebouwd waren en het huis naast het hoekhuis op de Maliesingel nog een oud huis was en niet de nieuwbouw zoals dat nu het geval is. Je kunt links het spoor van de paardentram zien lopen.
Nog iets ouder, uit 1895, is deze foto:
Wat je rechts ziet is een politiepost. Die stond naast de Maliebrug. Tot 1937 is het een politiepost geweest, daarna kort een theehuis, tot het in 1943 werd afgebroken. Hier nog twee foto’s van de politiepost, de eerste uit 1910:
En hier nog een tweede:
Deze is uit 1898. Je ziet de paardentram die van 1892 tot 1905 in Utrecht reed. Links zie je ook nog net de ‘melkkiosk’: een plaats waar men melk kon kopen, en die ook enkele tientallen jaren aan de Maliesingel heeft gestaan.
Twee foto’s uit 1920 van de Hugo De Grootstraat:
Grotendeels nog ongewijzigd dus. Alleen de bomen waren nog wel veel kleiner! En nog een foto uit 1924 van de ingang van de Hugo de Grootstraat, waar je ook een deel van de Maliesingel kunt zien:
En tot slot een foto uit 1920 van de Johan de Wittstraat: