Johan van Oldenbarneveltlaan

Het hoekhuis aan de rechter zijkant zal ik bij de Maliesingel beschrijven. Het hoekhuis aan de linker zijde werd in 1901 gebouwd op verzoek van de weduwe Kluppel – Van Hasselt. Of zij er zelf ooit woonde, heb ik niet kunnen vinden.

Bouwtekening uit 1901 van het hoekhuis Johan van Oldenbarneveltlaan – Maliebaan (bron: Utrechts Archief)

Wat de huizen in de Johan van Oldenbarneveltlaan betreft: als de datum van inschrijven in de gemeente ook de oplevering van de huizen weergeeft, was de oplevering eerst nummer 7, dan 5, en 4 maanden later 1 en 3 vrijwel gelijktijdig. Vroeger bestond er ook 9 en 11, maar dat is hernummerd tot Hugo de Groot 48 en 50; die huizen kwamen net voor nummer 1 en 3 in gebruik. Het huis op de hoek, aan de Maliesingel, stond er al wel langer. Bij nazoeken van de straat is het goed te weten dat tot 1970 (!) de naam verkeerd gespeld is geweest in een deel van de archieven, nl Joan van Oldenbarneveltlaan, en dat aanvankelijk het als straat werd aangeduid.

Johan van Oldenbarneveltlaan in 1901, voordat de huizen gebouwd werden. Er is geen spoor meer te zien van het huis van de familie Ram-Duim dat vooraan midden op de weg lag. Het hoekhuis links aan de Maliebaan was nog niet gebouwd (bron: Utrechts Archief)

De bouwtekening werd voor alle 5 huizen tegelijk, dus met het hoekhuis dat nu onder Hugo de Grootstraat valt, aangeleverd in 1905.

Bouwtekening van de huizen in de Johan van Oldenbarneveltlaan uit 1905. De tuinen liepen nog door tot aan het Rozenhofje, omdat Hugo de Grootstraat 46 toen nog niet gebouwd was (bron: Utrechts Archief).

Johan van Oldenbarneveltlaan 1

Op 31 maart 1906 werd ingeschreven Johanne Emilie Susewind (Saijn [Pruisen] 10.03.1834 – Utrecht  11.01.1917]) met haar dochter Johanna Went  (Amsterdam 28.08.1867 – Utrecht 18.02.1959) en hun dienstbode Jeannette Rogier (Amsterdam 03.06.1871). Joha was de weduwe van Johannes Went (Amsterdam 19.02.1811 – Amsterdam 05.11.1879) die effectenhandelaar is geweest. Het echtpaar had nog meer kinderen: Auguste, Johannes, Louisa, en Friedrich.  Ze vertrokken in mei 1909 naar de Baanstraat 3. Johanna trouwde kort daarna met Theodoor Dentz; zover bekend kregen ze geen kinderen. Friedrich werd later hoogleraar Botanie aan de RU Utrecht

In aug 1909 kwam de familie Groenhuizen er wonen: mevr Maria Stoon (Rotterdam 06.05.1831 – Utrecht 13.11.1912) weduwe van Jan Isaac Groenhuizen (Veenendaal 08.11.1831 – 1894), met dochters Maria Groenhuizen (Utrecht 31.08.1861 – Utrecht 29.01.1910), Hendrina (Utrecht 04.12.1864 – Utrecht 25.03.1953) en Jeanetta (Utrecht 01.11.1875- Utrecht 20.06.1955). Ze hadden eerder een zoon Ferdinand gehad die in 1871  op de leeftijd van 1 jaar overleed; een zoon Jacob die in 1899 als 29 jarige was overleden; en een zoon Arnoldus (Utrecht 02.11.1867 – Utrecht 30.10.1935) die 2 jaar ervoor getrouwd was met Theresia van der Goor en het huis uit was. Jeannetta was piano lerares, Arnoldus grossier. Hendrina en Jeanetta zijn erg lang blijven wonen op nummer 1: in 1950 staan ze nog als de “dames Groenhuizen” in het telefoonboek. Wanneer ze precies zijn weggegaan weet ik niet, het kan ook zijn dat ze tot hun overlijden er zijn blijven wonen. Zover mij bekend zijn beiden ongetrouwd gebleven en kregen ze geen kinderen.

Ik heb geen anderen kunnen vinden die sindsdien er woonden. Een ervan moet wel verzamelaar geweest zijn, gezien de foto die ik van de tuin uit 1964 aantrof.

Tuin van Johan van Oldenbarneveltlaan 1 uit 1964 (bron: Utrechts Archief)

Johan van Oldenbarneveltlaan 3

Op 6 april 1906 werd ingeschreven Carolina van Breugel (Nijmegen 06.11.1831[?2] – Utrecht 09.01.1910) bij wie inwoonden Valentine Jacquenaud (Neuchatel [Zwitserland] 05.01.1860) als “gezelschapsdame” en Clasina Dor (Kralingen 15.10.1879 – Utrecht 14.09.1923) als dienstbode. Een paar maanden later voegde zich bij hen Elisabeth Bremer (Amsterdam 08.01.1858). Carolina was van adel: haar vader was jonkheer mr Jan Festus van Breugel (Tiel 31.05.1793 – Utrecht 29.05.1872), iemand uit een familie van schepenen in Nederland (veelal Brabant). Ze verhuisden allen naar de Parkstraat 20, behalve Elisabeth die naar Amsterdam vertrok. Carolina overleed daar een jaar later, en Valentine ging toen terug naar Zwitserland.

De volgende bewoner vanaf mei 1909 was Eduard Dijkman (Nijmegen 27.03.1862 – De Bilt 31.03.1923), diens vrouw Carolina (“Siena”) Meijer (Amsterdam 06.09.1864 – Utrecht 18.11.1937), dochters Henriette (Utrecht 17.08.1893 – Utrecht 30.11.1964) en Elisabeth (Utrecht 27.06.1889 – Leeuwarden 21.11.1974), en zoon Hendrik (Utrecht 24.09.1895 – Nieuw Zeeland 31.07.1974). Eduard was hoofd van de Regentesse-school in de Hamburgerstraat 22, en ook Elisabeth was onderwijzeres. Elisabeth huwde Eppo de Boer in 1917, en ze kregen 3 kinderen (Roelff, Carolina en Eduard). Henriette huwde in 1921 Anton Couvret, en kreeg twee kinderen (Anton en Henri). Hendrik trouwde in 1925, met Martha Couvret, met wie hij twee kinderen kreeg (Sierk en Martha), en na een scheiding hertrouwde hij in 1935 met Johanna Duijnstee. De familie moet tussen 1920 en 1923 weer verhuisd zijn.

Familie Dijkman met latere foto’s van achtereenvolgens Elisabeth, Henriette en Hendrik

De Regentesseschool werd in het begin de Emmaschool genoemd. Hij is opgericht in 1897 als mulo, en later werd het basisonderwijs toegevoegd. Hij is in Augustus 1983 opgeheven vanwege het teruglopend aantal leerlingen. Het is verrassend dat zo’n groot gebouw in feite niet te zien is van de straatkant. Maar vanuit de Dom wel!

De school waar Eduard Dijkman hoofd van was: de Regentesse-school in de Hamburgerstraat, gezien vanaf de Domtoren (bron: Utrechts Archief)

Er is een mooie beschrijving verschenen in de Oud-Utrechter van augustus 2012 (Page 13 – De Utrechter Week 32 (deoud-utrechter.nl)

Daarna woonde op nummer 3 Gerrit Reinders (Deventer 22.04.1875 – Utrecht 18.04.1951), die een zaak had in porselein en kristal aan de Oudkerkhof 35 (de zaak zat eerder aan de Oude Gracht WZ 13). Hij heeft er tenminste tot 1941 gewoond. Er zijn verschillende familieleden van hem die ook in porselein en kristal deden. Zijn broer had een grote zaak aan de Grote Markt  in Haarlem. Gerrit huwde zijn nicht Margaretha (“Kee”) Reinders, en ze kregen een dochter, Bernarda (Utrecht 09.08.1912 – ?.06.1951).

Uitverkoop bij Reinders! Ook rond 1955 gaf dat veel drukte (bron: Utrechts Archief)

Ik heb geen andere bewoners die erna woonden kunnen vinden. Nummer 3 is ook nu nog woonhuis.

Johan van Oldenbarneveltlaan 4

Nummer 4 bestaat nu niet meer maar was destijds een enorme paardenstal die aangelegd werd in 1892 ten behoeve van de paardentram die een eindstation had voor het Oosterstation. Er heeft maar één maal iemand gewoond: van 26 oktober 1901 tot 20 januari 1902 woonde er Henri de Jong Raskin (Brussel 04.02.1870) als inspecteur van de Utrechtse Tram Maatschappij. Of hij in het hooi lag of dat er voor hem een ruimte geschikt is gemaakt weet ik niet. Hij woonde er zonder vrouw of kinderen. Gelukkig kon hij snel verhuizen naar de Willem Barentszstr 96.

Vanaf 1910, toen de paardentram gestopt was omdat de elektrische tram het had overgenomen, werd het gebouw de werkplaats van het Comité van Werkverschaffing.

In scene gezette trouwstoet (voor de reclame, om te laten zien wat ze hadden) van de firma Schoonhoven – Buitendijk, voor het gebouw van het Comité van Werkverschaffing in 1930.

De gebouwen hebben er nog lang gestaan. Op foto’s uit 1963 dient het als kantoorgebouw van een firma die in koelmachines deed (firma Landaal-Schelde). Ook de vereniging van Nederlandse koelmachine-fabrikanten zat er (die bestond echt!).

Het gebouw dat eerst paardenstal tbv de tramremise, dan het gebouw van het Comité van Werkverschaffing, en hier kantoorpand, in 1963.

Het is kort daarna afgebroken. Tegenwoordig staat op die plaats het monument ter nagedachtenis aan hen die van het Maliebaanstation zijn afgevoerd naar Westerbork in de 2e Wereldoorlog.

Johan van Oldenbarneveltlaan 5

Op 16 december 1905 werd als eerste bewoner ingeschreven Jean Hubert Kaspar Smeets (Gulpen 15.09.1867 – Hengelo 28.01.1913), zijn vrouw Henriette Walkate (Kampen 05.10.1872 – Kampen 28.04.1947) en dochters Henriette (Utrecht 20.07.1899 – ?) en Cornelia (Utrecht 19.08.1901 – ?). Hun inwonende dienstbode was Aagje van der Sluis (Maartensdijk 22.05.1889). De Walkate familie is vooral bekend als een familie uit Kampen; er is zelfs een aparte verzameling beschikbaar van foto’s, kunst, bouwtekeningen etc van hen en van de stad Kampen (het Frans Walkate Archief, Burgwal 43 Kampen). In 1910 kwam de vader van Henriette ook bij hen wonen, Hendrik Walkate (Hengelo 28.07.1838 – Hengelo 26.09.1915). Jean was apotheker. Ze hadden ervoor gewoond in de Hugo de Grootstraat 9. Ze vertrokken weer in februari 1911 naar Zeist, en daarna naar Hengelo waar hij op de leeftijd van 45 jaar overleed. De vader van mevrouw, Hendrik Walkate, was zeepzieder van beroep; opvallend omdat de eigenaar van de grootste zeepziederij van Nederland, de familie Van Eelde, in de Johan de Wittstraat woonde. Cornelia trouwde in 1924 met August Zinsmeister, Henriette trouwt in 1921 met baron Frederic Boecop (zijn overgrootvader is Warnar Boecop, die de militaire Willemsorde kreeg). Ze krijgen een zoon, Arend, en nog een kind van wie de gegevens nog niet openbaar zijn.

Daarna wordt aangegeven dat J.A. Van Rooijen er woonde. Hij was fabrikant, maar helaas staat er niet bij waarin. Omdat er erg veel mensen zijn met deze naam en voorletters, kan ik niet met zekerheid vaststellen wie hij precies was, en met wie hij op nummer 5 heeft gewoond. Als ik moet gokken, denk ik dat het Johannes Antonius van Rooijen was, die samen met zijn broer Quirinus een meubelfabriek overnam en in IJsselstein dit enorm heeft uitgebreid. De fabrieken werden in 1968 gesloten en in 1982 afgebroken.

Daarna stond er tenminste vanaf 1925 ingeschreven mevrouw Pauline Josephine Idsinga – Idsinga (Patti Japura 17.07.1882 – Gouda 17.07.1977) en vanaf 1940 ook Johan Lucas Roelof Idsinga (Zwolle 19.09.1871 – Utrecht 17.12.1950), gepensioneerd OI predikant. Johan was eerder gehuwd met Maria Hengeveld met wie hij een dochter Johanna (Meester Cornelis, Java 1899) kreeg. Maria overleed in 1899, waarschijnlijk in het kraambed. Daarna hertrouwde Johan met Pauline. Het echtpaar is getrouwd in Meester Cornelis op Java in 1900, en kreeg aldaar vier kinderen: Eelco (Tanjong Pinang, Riouw 11.08.1901 – Utrecht 29.01.1969) die tandarts werd, Marius (Malang 27.06.1905 – Gouda 29.06.1978), Maria (Malang 11.09.1907 – Gouda 29.12.1993) en Hermine (Malang 15.08.1909). Pauline is daarna teruggekomen met haar kinderen, wellicht voor de studie van de oudste, terwijl haar man Johan nog enige tijd in Indië bleef werken. Ik verwacht dat hij rond de pensioen­gerechtigde leeftijd ook terug naar Nederland kwam. Maar dit zijn wel aannames, ik heb dit niet echt zo kunnen vinden.

Nummer 5 is ook nu een woonhuis.

Johan van Oldenbarneveltlaan 6 (Spoorwegmuseum)

Toen de Johan van Oldenbarneveltlaan nog – straat heette, stond er maar één persoon ingeschreven: Bastiaan Kranendonk. Aan de linkerkant waren er maar drie huizen: een houten stal voor de paarden van de paardentram (op de plaats waar nu het 1940-1945 monument staat), de remise van de paardentram (het huisje links op het parkeerterrein van het Spoorwegmuseum), en het Spoorwegmuseum zelf, dat toen natuurlijk nog Maliebaanstation of Oosterbaan station heette, en nummer 6 was.

Bastiaan Kranendonk was toen 36 jaar, geboren in Leeuwarden. Hij woonde eerst in Geldermalsen, en daarna aan de Leidse Kade voor hij naar de Van Oldenbarneveltlaan verhuisde. Hij was restaurateur, wat wij tegenwoordig kelner of uitbater zouden noemen. Hij woonde blijkbaar in het stationsgebouw. In gerestaureerde stijl (rond 2000) is de restauratie prachtig:

Restauratie van het Utrechtse Maliebaanstation rond 2000
Restauratie van het Utrechtse Maliebaanstation rond 2000

Er is verder niet veel over hem terug te vinden. Er zijn wel stambomen van de families Kranendonk maar de voornaam Bastiaan was in die families populair, en tot nu toe vond ik niet iemand terug die net al hij op 13 april 1864 was geboren (wel op 15 april; maar ja, hoe betrouwbaar zijn die data?). Hij woonde er met zijn vrouw Cornelia van Musscher, met wie hij sinds 1892 was getrouwd, en ook met zijn neefje Johannes Musscher (uit 1895), die ook al in Geldermalsen en aan de Leidse Kade bij hen woonde. Hij was een voorkind van de broer van Cornelia. Zelf kreeg het echtpaar geen kinderen. Rond 1910 nam mijnheer Garritsen zijn baan en woonplek over. Ook hij bleef maar enkele jaren, en daarna woonden de uitbaters van de stationsrestauratie niet meer in het Maliebaanstation. Het Spoorwegmuseum is nog steeds Johan van Oldenbarneveltlaan 6.

Johan van Oldenbarneveltlaan 7

De eerste bewoner werd ingeschreven op 7 november 1905 en was mevrouw Maria Elise Nepveu tot Ameide (Groningen 27.06.1857 – Utrecht 03.03.1942), haar zus Wilhelmina (Zwolle 26.05.1856 – Utrecht 16.11.1912) en haar broer Albert (Zwolle 04.12.1854 – Bilthoven 03.06.1928), diens vrouw Jacoba van Eibergen Santhagens (Amsterdam 10.05.1868 – Den Haag 1948) en hun kind Laurent (Madjokertores op Soerabaya 01.07.1897). Hun eerste inwonend dienstbode was Neeltje Eegdeman (Reeuwijk 12.06.1886). De familie Nepveu van Ameide is van adel, en van oorsprong afkomstig uit Frankrijk (waarschijnlijk Charenton). Jean Nepveu (1719-1779) was gouverneur van Suriname, zijn zoon Laurens (1782-1839) was lid van de provinciale staten van Utrecht en werd heer van Dijnselburg. Dijnselburg is een landgoed in Huis ter Heide bij Zeist, aan de Amersfoortseweg (nummer 10). Het oorspronkelijke huis is afgebroken, wat er nu staat is in 1883 gebouwd. De familie heeft familiebanden met de familie Ram, waarvan een lid eerder op het gebied woonde waar later het Oosterstation en de Van Oldenbarneveltlaan gebouwd zou gaan worden. Van Albert wordt vermeld dat hij “assistent resident in N.O. Indië met verlof” is. Albert is in 1882 al naar Indie vertrokken als ambtenaar en werd assistent resident van Wonosobo (Kedou). Maria Elise en Wilhelmina, de broer met zijn gezin, en de twee inwonende dienstbodes verhuizen allemaal naar Wilhelminapark 55 in augustus 1907.

Het Wapen van de familie Nepveu tot Ameide

Daarna komt er kort de familie Groenhuizen wonen. Ze komen van de Oude gracht 99, en blijven maar kort want ze verhuizen in Augustus 1909 naar nummer 1 (zie verdere beschrijving aldaar). In hun plaats komt er de familie Van Haag wonen: Johann Stefan (Rees 07.01.1872 – 1941), zijn vrouw Maria Harding (volgens de grafsteen Hardune maar het kan zijn dat dit moeilijk te lezen is) (Rees 02.03.1881 – Utrecht 20.01.1959) en dochter Maria (Utrecht 21.02.1906 – Utrecht 25.12.1978). Johann is “kantoorbediende” maar later laat hij zich inschrijven als “procuratiehouder”; het is niet bekend bij welk bedrijf hij werkte. Maria trouwt met Herman van Rooijen (09.12.1903 – Utrecht 29.01.1963). De familie woont er tenminste 30 jaar.

Het huis wordt ook nu weer een woonhuis.