Johan van Oldenbarneveltlaan

Het hoekhuis aan de rechter zijkant zal ik bij de Maliesingel beschrijven. Het hoekhuis aan de linker zijde werd in 1901 gebouwd op verzoek van de weduwe Kluppel – Van Hasselt. Of zij er zelf ooit woonde, heb ik niet kunnen vinden.

Bouwtekening uit 1901 van het hoekhuis Johan van Oldenbarneveltlaan – Maliebaan (bron: Utrechts Archief)

Wat de huizen in de Johan van Oldenbarneveltlaan betreft: als de datum van inschrijven in de gemeente ook de oplevering van de huizen weergeeft, was de oplevering eerst nummer 7, dan 5, en 4 maanden later 1 en 3 vrijwel gelijktijdig. Vroeger bestond er ook 9 en 11, maar dat is hernummerd tot Hugo de Groot 48 en 50; die huizen kwamen net voor nummer 1 en 3 in gebruik. Het huis op de hoek, aan de Maliesingel, stond er al wel langer. Bij nazoeken van de straat is het goed te weten dat tot 1970 (!) de naam verkeerd gespeld is geweest in een deel van de archieven, nl Joan van Oldenbarneveltlaan, en dat aanvankelijk het als straat werd aangeduid.

Johan van Oldenbarneveltlaan in 1901, voordat de huizen gebouwd werden. Er is geen spoor meer te zien van het huis van de familie Ram-Duim dat vooraan midden op de weg lag. Het hoekhuis links aan de Maliebaan was nog niet gebouwd (bron: Utrechts Archief)

De bouwtekening werd voor alle 5 huizen tegelijk, dus met het hoekhuis dat nu onder Hugo de Grootstraat valt, aangeleverd op 1 maart 1905. De aannemer was Jan Juriaan Lambeek  (Amsterdam 11.06.1876 – Hilversum 17.09.1958). Hij zou later ook veel huizen bouwen rond het Antoniusziekenhuis aan de Prins Hendriklaan.

Bouwtekening van de huizen in de Johan van Oldenbarneveltlaan uit 1905. De tuinen liepen nog door tot aan het Rozenhofje, omdat Hugo de Grootstraat 46 toen nog niet gebouwd was (bron: Utrechts Archief).

Johan van Oldenbarneveltlaan 1

Op 31 maart 1906 werd ingeschreven Johanne Emilie Susewind (Saijn [Pruisen] 10.03.1834 – Utrecht  11.01.1917]) met haar dochter Johanna Went  (Amsterdam 28.08.1867 – Utrecht 18.02.1959) en hun dienstbode Jeannette Rogier (Amsterdam 03.06.1871). Joha was de weduwe van Johannes Went (Amsterdam 19.02.1811 – Amsterdam 05.11.1879) die effectenhandelaar is geweest. Het echtpaar had nog meer kinderen: Auguste, Johannes, Louisa, en Friedrich.  Ze vertrokken in mei 1909 naar de Baanstraat 3. Johanna trouwde kort daarna met Theodoor Dentz; zover bekend kregen ze geen kinderen. Friedrich werd later hoogleraar Botanie aan de RU Utrecht

In aug 1909 kwam de familie Groenhuizen er wonen: mevr Maria Stoon (Rotterdam 06.05.1831 – Utrecht 13.11.1912) weduwe van Jan Isaac Groenhuizen (Veenendaal 08.11.1831 – Utrecht 07.08.1894), met dochters Maria Elisabeth Groenhuizen (Utrecht 31.08.1861 – Utrecht 29.01.1910), Hendrina (Utrecht 04.12.1864 – Utrecht 25.03.1953)(er was eerder een andere dochter geboren in 1860 die Hendrina heette maar die overleed op de leeftijd van 2 jaar in 1862) en Anna Jeanetta (Utrecht 01.11.1875- Utrecht 20.06.1955). Ze hadden eerder een zoon Ferdinand (Utrecht 30.06.1870 – Utrecht 05.12.1871) gehad die op 1-jarige leeftijd overleed, en ze kregen daarna opnieuw een zoon Ferdinand (Utrecht 27.12.1871 – Oegstgeest 21.11.1925); een zoon Jan (23.05.1863); een zoon Johannes Hendrikus (Utrecht 11.06.1866); een zoon Izaak Jan Jacob (Utrecht 30.04.1869 – Utrecht 13.01.1899 die als 29 jarige was overleden); een zoon Johannes Hendrikus die op 58 jarige leeftijd overleed maar niet meer thuis woonde (Utrecht 11.06.1866 – Utrecht 29.07.1924); en een zoon Arnoldus (Utrecht 02.11.1867 – Utrecht 30.10.1935) die 2 jaar ervoor getrouwd was met Theresia van der Goor en het huis uit was. Jeannetta was piano lerares, Arnoldus grossier. Hendrina en Jeanetta zijn erg lang blijven wonen op nummer 1, tot aan hun overlijden: ze stonden als de “dames Groenhuizen” in het telefoonboek. Een vroegere buurman van nummer 5, Rudo Den Hartog, liet me weten dat ze met z’n drieën woonden. Wie de derde was weet ik niet. Beiden zijn ongetrouwd gebleven en kregen geen kinderen. Maar hun neef Lodewijk (”Lode”; “oom Lou”) Frederik Hendrik Groenhuizen (Rotterdam 21.10.1899 – Utrecht 1987; kind van hun broer Jan) werd wel iemand die bij hen introk, en die er samen met zijn huishoudster Greet ook na overlijden van de tantes bleef wonen. Hij was in Rotterdam getrouwd geweest met Carolina Kolff (Rotterdam 17.11.1899), maar was in 1949 weer van haar gescheiden. De familie Groenhuizen had in Rotterdam een groothandel in garen en modeartikelen, met een filiaal in Utrecht aan de Oude Gracht 267 waar een andere Groenhuizen, Arnoldus, de scepter zwaaide. De vroegere buurman beschrijft hem als een kleurrijk persoon. Hij had geen regulier betaald werk maar ‘deed in antiek’ en noemde zich ‘makelaar in kunst en etnografie’. Hij verzamelde voornamelijk exotische antieke voorwerpen en curiosa, en dat was in de tuin te zien:

Tuin van Johan van Oldenbarneveltlaan 1 uit 1964, met de verzameling aan spullen van Lodewijk Groenhuizen; daarvoor had er een broeikas gestaan waarin hij cactussen kweekte (bron: Utrechts Archief)

Behalve een klein museum had Lodewijk ook nog een volière met tropische vogels, een kooi met een felgekleurde Lori, en een aapje  (een Quistiti [zijdeaapje]), dat op zijn schouders graag aan zijn baard trok. Zover ik weet is hij op nummer 1 blijven wonen tot zijn overlijden in 1987. De familie Groenhuizen heeft dus in feite van 1909 tot 1987 op nummer 1 gewoond.

Johan van Oldenbarneveltlaan 3

Op 6 april 1906 werd ingeschreven Carolina van Breugel (Nijmegen 06.11.1831[?2] – Utrecht 09.01.1910) bij wie inwoonden Valentine Jacquenaud (Neuchatel [Zwitserland] 05.01.1860) als “gezelschapsdame” en Clasina Dor (Kralingen 15.10.1879 – Utrecht 14.09.1923) als dienstbode. Een paar maanden later voegde zich bij hen Elisabeth Bremer (Amsterdam 08.01.1858). Carolina was van adel: haar vader was jonkheer mr Jan Festus van Breugel (Tiel 31.05.1793 – Utrecht 29.05.1872), iemand uit een familie van schepenen in Nederland (veelal Brabant). Ze verhuisden allen naar de Parkstraat 20, behalve Elisabeth die naar Amsterdam vertrok. Carolina overleed daar een jaar later, en Valentine ging toen terug naar Zwitserland.

De volgende bewoner vanaf mei 1909 was Eduard Dijkman (Nijmegen 27.03.1862 – De Bilt 31.03.1923), diens vrouw Carolina (“Siena”) Meijer (Amsterdam 06.09.1864 – Utrecht 18.11.1937), dochters Henriette (Utrecht 17.08.1893 – Utrecht 30.11.1964) en Elisabeth (Utrecht 27.06.1889 – Leeuwarden 21.11.1974), en zoon Hendrik (Utrecht 24.09.1895 – Nieuw Zeeland 31.07.1974). Eduard was hoofd van de Regentesse-school in de Hamburgerstraat 22, en ook Elisabeth was onderwijzeres. Elisabeth huwde Eppo de Boer in 1917, en ze kregen 3 kinderen (Roelff, Carolina en Eduard). Henriette huwde in 1921 Anton Couvret, en kreeg twee kinderen (Anton en Henri). Hendrik trouwde in 1925, met Martha Couvret, met wie hij twee kinderen kreeg (Sierk en Martha), en na een scheiding hertrouwde hij in 1935 met Johanna Duijnstee. De familie moet tussen 1920 en 1923 weer verhuisd zijn.

Familie Dijkman met latere foto’s van achtereenvolgens Elisabeth, Henriette en Hendrik

De Regentesseschool werd in het begin de Emmaschool genoemd. Hij is opgericht in 1897 als mulo, en later werd het basisonderwijs toegevoegd. Hij is in Augustus 1983 opgeheven vanwege het teruglopend aantal leerlingen. Het is verrassend dat zo’n groot gebouw in feite niet te zien is van de straatkant. Maar vanuit de Dom wel!

De school waar Eduard Dijkman hoofd van was: de Regentesse-school in de Hamburgerstraat, gezien vanaf de Domtoren (bron: Utrechts Archief)

Er is een mooie beschrijving verschenen in de Oud-Utrechter van augustus 2012 (Page 13 – De Utrechter Week 32 (deoud-utrechter.nl)

Daarna woonde op nummer 3 Gerrit Reinders (Deventer 22.04.1875 – Utrecht 17.04.1951), die een zaak had in porselein en kristal aan de Oudkerkhof 35 (de zaak zat eerder aan de Oude Gracht WZ 13). Hij heeft er tot aan zijn overlijden in 1951 gewoond. Er zijn verschillende familieleden van hem die ook in porselein en kristal deden. Zijn broer had een grote zaak aan de Grote Markt  in Haarlem. Gerrit huwde zijn nicht Margaretha (“Kee”) Reinders (Deventer 17.03.1872 – Utrecht 30.08.1957), en ze kregen een dochter, Bernarda (Utrecht 09.08.1902 – Utrecht 07.10.1950). Kee verhuisde na het overlijden van haar man en dochter.  

Uitverkoop bij Reinders! Ook rond 1955 gaf dat veel drukte (bron: Utrechts Archief)

Tegelijk met de familie Reinders woonde er op de bovenverdieping Sophie Ramondt (Breda 15.06.1900). Ze was de dochter van Dirk Ramondt (Dodewaard 15.06.1868) en Susanna Theodora Cornelia Hirschmann (Den Haag 29.07.1871). Zij was directrice geweest van de Godelindeschool in Hilversum, werd  daarna lerares aan het Hilversummer gymnasium, en ging daarna naar het Baarns lyceum,  waar een dependence was gemaakt (het incrementum) waar de prinsessen Beatrix, Irene en Margriet onderwijs kregen en waar Sophie directeur van was. Ze speelde een vooraanstaande rol in de Nederlandse vereniging van soroptimisten. Ze was in Leiden in 1932 gepromoveerd (titel proefschrift: Illustratieve woordschikking bij Vergilius), wat bijzonder was voor een vrouw in die tijd. Voor iemand die zulke bijzondere dingen heeft gedaan is het opvallend dat er maar zo weinig over haar te vinden is.

Sophie Ramondt rond 1950 bij haar afscheid van het Hilversummer lyceum, en de voorkant van haar proefschrift uit 1932.

Na 1950 kwam er wonen de familie Ubbels: Simon Ubbels (Zwolle 15.10.1909 – Bilthoven 03.02.1999) en Anna Elisabeth Voogden (Zwolle 04.05.1917 – Bilthoven 10.11.2002), met drie dochters en een zoon. De familienaam Ubbels komt veel voor in Noord-Holland, vooral in Warder, waar voorouders van Simon ook vandaan kwamen. Hun vroegere buurman Rudo Den Hartog informeerde me dat hij conrector was van de Christelijke lyceum aan de Koningsbergerstraat, maar Simon gaf ook les aan de hogere technische avondschool.

Nummer 3 is ook nu nog woonhuis.

Johan van Oldenbarneveltlaan 4

Nummer 4 bestaat nu niet meer maar was destijds een enorme paardenstal die aangelegd werd in 1892 ten behoeve van de paardentram die een eindstation had voor het Oosterstation. Er heeft maar één maal iemand gewoond: van 26 oktober 1901 tot 20 januari 1902 woonde er Henri de Jong Raskin (Brussel 04.02.1870) als inspecteur van de Utrechtse Tram Maatschappij. Of hij in het hooi lag of dat er voor hem een ruimte geschikt is gemaakt weet ik niet. Hij woonde er zonder vrouw of kinderen. Gelukkig kon hij snel verhuizen naar de Willem Barentszstr 96.

Vanaf 1910, toen de paardentram gestopt was omdat de elektrische tram het had overgenomen, werd het gebouw de werkplaats van het Comité van Werkverschaffing.

In scene gezette trouwstoet (voor de reclame, om te laten zien wat ze hadden) van de firma Schoonhoven – Buitendijk, voor het gebouw van het Comité van Werkverschaffing in 1930.

De gebouwen hebben er nog lang gestaan. Op foto’s uit 1963 dient het als kantoorgebouw van een firma die in koelmachines deed (firma Landaal-Schelde). Ook de vereniging van Nederlandse koelmachine-fabrikanten zat er (die bestond echt!).

Het gebouw dat eerst paardenstal tbv de tramremise, dan het gebouw van het Comité van Werkverschaffing, en hier kantoorpand, in 1963.

Het is kort daarna afgebroken. Tegenwoordig staat op die plaats het monument ter nagedachtenis aan hen die van het Maliebaanstation zijn afgevoerd naar Westerbork in de 2e Wereldoorlog.

Johan van Oldenbarneveltlaan 5

Op 16 december 1905 werd als eerste bewoner ingeschreven Jean Hubert Kaspar Smeets (Gulpen 15.09.1867 – Hengelo 28.01.1913), zijn vrouw Henriette Walkate (Kampen 05.10.1872 – Kampen 28.04.1947) en dochters Henriette (Utrecht 20.07.1899) en Cornelie (Utrecht 19.08.1901). Hun inwonende dienstbode was Aagje van der Sluis (Maartensdijk 22.05.1889). De Walkate familie is vooral bekend als een familie uit Kampen; er is zelfs een aparte verzameling beschikbaar van foto’s, kunst, bouwtekeningen etc van hen en van de stad Kampen (het Frans Walkate Archief, Burgwal 43 Kampen). In 1910 kwam de vader van Henriette ook bij hen wonen, Hendrik Walkate (Hengelo 28.07.1838 – Hengelo 26.09.1915). Jean was apotheker. Ze hadden ervoor gewoond in de Hugo de Grootstraat 9. Jean verhuisde in februari 1911 naar Zeist, en daarna naar Hengelo waar hij op de leeftijd van 45 jaar overleed; ik vermoed dat hij een ernstige ziekte had en naar een verpleeghuis ging, want zijn vrouw bleef wel op nummer 5 wonen. De vader van mevrouw, Hendrik Walkate, was zeepzieder van beroep; opvallend omdat de eigenaar van de grootste zeepziederij van Nederland, de familie Van Eelde, in de Johan de Wittstraat woonde. Cornelie trouwde in 1924 met August Zinsmeister, Henriette trouwt in 1921 met baron Frederic Boecop (zijn overgrootvader is Warnar Boecop, die de militaire Willemsorde kreeg). Ze krijgen een zoon, Arend, en nog een kind van wie de gegevens nog niet openbaar zijn. Blijkbaar ging het mevrouw Henriette Smeets – Walkate financieel niet goed, want het huis werd in 1913 via een openbare verkoping verkocht; het bracht 8300 gulden (ongeveer 3800 euro) op.

Daarna wordt aangegeven dat J.A. Van Rooijen er woonde. Hij was fabrikant, maar helaas staat er niet bij waarin. Ik kan niet met zekerheid vaststellen wie dit was, waarschijnlijk was dit Johannes Antonius van Rooijen (Ijsselstein 17.12.1877), die samen met zijn broer Quirinus (Ijsselstein 26.10.1874 – Den Bosch 04.07.1957) een meubelfabriek overnam en in Ijsselstein dit enorm heeft uitgebreid. Een vroeger buurman, Rudo Den Hartog, informeerde me dat deze bewoner in keukens deed, wat klopt met de handel van de broers Van Rooijen. De fabrieken werden in 1968 gesloten en in 1982 afgebroken. De broer van Johannes, Quirinus, had een zoon Herman Johannes Bernardus Marie van Rooijen (Utrecht 09.12.1903 – Utrecht 29.01.1963), die later trouwde met Mia van Haag van nummer 7. Ik schat dat ze elkaar leerden kennen vanwege bezoeken van Herman aan zijn oom en er zo iets moois bloeide.

Daarna stond er tenminste vanaf 1925 ingeschreven mevrouw Pauline Josephine Idsinga – Idsinga (Patti Japura 17.07.1882 – Gouda 17.07.1977) en vanaf 1940 ook Johan Lucas Roelof Idsinga (Zwolle 19.09.1871 – Utrecht 17.12.1950), gepensioneerd predikant uit Oost-Indië. Johan was eerder gehuwd met Maria Hengeveld met wie hij een dochter Johanna (Meester Cornelis, Java 1899) kreeg. Maria overleed in 1899, waarschijnlijk in het kraambed. Daarna hertrouwde Johan met Pauline. Het echtpaar is getrouwd in Meester Cornelis op Java in 1900, en kreeg aldaar vier kinderen: Eelco (Tanjong Pinang, Riouw 11.08.1901 – Utrecht 29.01.1969) die tandarts werd, Marius (Malang 27.06.1905 – Gouda 29.06.1978), Maria (Malang 11.09.1907 – Gouda 29.12.1993) en Hermine (Malang 15.08.1909). Pauline is daarna teruggekomen met haar kinderen, wellicht voor de studie van de oudste, terwijl haar man Johan nog enige tijd in Indië bleef werken, tot 1929, toen gezondheidsredenen hem dwongen terug naar Nederland te komen.

Na overlijden van de dominee verhuisden de anderen, en in 1951 kwam er de familie Den Hartog wonen. Vader was notaris. Een van de kinderen, zoon Rudo, heeft een prachtige beschrijving gemaakt van de manier waarop dit allemaal is gelopen, inclusief alle aanpassingen aan het huis die werden gedaan. We zullen proberen dit toegankelijk van anderen te maken. Zij bleven er wonen tot 1967, waarna de familie Alenson het huis kocht voor ~350.000 gulden (~150.000 euro).

Nummer 5 is ook nu een woonhuis.

Johan van Oldenbarneveltlaan 6 (Spoorwegmuseum)

Toen de Johan van Oldenbarneveltlaan nog – straat heette, stond er maar één persoon ingeschreven: Bastiaan Kranendonk. Aan de linkerkant waren er maar drie huizen: een houten stal voor de paarden van de paardentram (op de plaats waar nu het 1940-1945 monument staat), de remise van de paardentram (het huisje links op het parkeerterrein van het Spoorwegmuseum), en het Spoorwegmuseum zelf, dat toen natuurlijk nog Maliebaanstation of Oosterbaan station heette, en nummer 6 was.

Bastiaan Kranendonk was toen 36 jaar, geboren in Leeuwarden. Hij woonde eerst in Geldermalsen, en daarna aan de Leidse Kade voor hij naar de Van Oldenbarneveltlaan verhuisde. Hij was restaurateur, wat wij tegenwoordig kelner of uitbater zouden noemen. Hij woonde blijkbaar in het stationsgebouw. In gerestaureerde stijl (rond 2000) is de restauratie prachtig:

Restauratie van het Utrechtse Maliebaanstation rond 2000
Restauratie van het Utrechtse Maliebaanstation rond 2000

Er is verder niet veel over hem terug te vinden. Er zijn wel stambomen van de families Kranendonk maar de voornaam Bastiaan was in die families populair, en tot nu toe vond ik niet iemand terug die net al hij op 13 april 1864 was geboren (wel op 15 april; maar ja, hoe betrouwbaar zijn die data?). Hij woonde er met zijn vrouw Cornelia van Musscher, met wie hij sinds 1892 was getrouwd, en ook met zijn neefje Johannes Musscher (uit 1895), die ook al in Geldermalsen en aan de Leidse Kade bij hen woonde. Hij was een voorkind van de broer van Cornelia. Zelf kreeg het echtpaar geen kinderen. Rond 1910 nam mijnheer Garritsen zijn baan en woonplek over. Ook hij bleef maar enkele jaren, en daarna woonden de uitbaters van de stationsrestauratie niet meer in het Maliebaanstation. Het Spoorwegmuseum is nog steeds Johan van Oldenbarneveltlaan 6.

Maar er is een tijd geweest dat men van plan was het Maliebaanstation helemaal af te breken: vanaf 1920 heeft de stedenbouwkundigen HP Berlage (ja, die van de beurs van) samen met de directeur Openbare Werken van de stad Utrecht N. Holsboer gewerkt aan een herindeling van de stad Utrecht. Dat ging erg ver zoals hun kaart laat zien:

Plan van Berlage en Holsboer uit Oktober 1920 voor de ‘modernisering’ van de stad Utrecht. Het grijs gekleurde netwerk van wegen van het noord-westen naar het zuid-oosten werd de as van Berlage genoemd. Op de plaats van het Maliebaanstation stonden twee grote universiteitsgebouwen gepland (bron: Utrechts Archief).

Een groot deel van de oude binnenstad zou op de schop gaan, er waren plannen voor forse uitbreidingen naar het Noorden en Zuiden, en er moest zelfs een vliegveld aan de oostzijde en een kanaal aan de westzijde komen. Voor onze buurt hadden ze bedacht dat het onrendabele station Maliebaan zou moeten verdwijnen, en er voor in de plaats twee grote gebouwen konden komen ten behoeve van de universiteit. Het tracé van de spoorlijn kon dan mooi gebruikt worden voor een brede doorgaande weg. Er is jaren over gesteggeld, maar uiteindelijk werd het plan nooit overgenomen. Delen ervan werden later wel gebruikt voor de aanleg van nieuwe wijken in het noorden van Utrecht. Maar gelukkig bleef de situatie rond het Maliebaanstation / Spoorwegmuseum ongewijzigd!

Johan van Oldenbarneveltlaan 7

De eerste bewoner werd ingeschreven op 7 november 1905 en was mevrouw Maria Elise Nepveu tot Ameide (Groningen 27.06.1857 – Utrecht 03.03.1942), haar zus Wilhelmina (Zwolle 26.05.1856 – Utrecht 16.11.1912) en haar broer Albert (Zwolle 04.12.1854 – Bilthoven 03.06.1928), diens vrouw Jacoba van Eibergen Santhagens (Amsterdam 10.05.1868 – Den Haag 1948) en hun kind Laurent (Madjokertores op Soerabaya 01.07.1897). Hun eerste inwonend dienstbode was Neeltje Eegdeman (Reeuwijk 12.06.1886). De familie Nepveu van Ameide is van adel, en van oorsprong afkomstig uit Frankrijk (waarschijnlijk Charenton). Jean Nepveu (1719-1779) was gouverneur van Suriname, zijn zoon Laurens (1782-1839) was lid van de provinciale staten van Utrecht en werd heer van Dijnselburg. Dijnselburg is een landgoed in Huis ter Heide bij Zeist, aan de Amersfoortseweg (nummer 10). Het oorspronkelijke huis is afgebroken, wat er nu staat is in 1883 gebouwd. De familie heeft familiebanden met de familie Ram, waarvan een lid eerder op het gebied woonde waar later het Oosterstation en de Van Oldenbarneveltlaan gebouwd zou gaan worden. Van Albert wordt vermeld dat hij “assistent resident in N.O. Indië met verlof” is. Albert is in 1882 al naar Indie vertrokken als ambtenaar en werd assistent resident van Wonosobo (Kedou). Maria Elise en Wilhelmina, de broer met zijn gezin, en de twee inwonende dienstbodes verhuizen allemaal naar Wilhelminapark 55 in augustus 1907.

Het Wapen van de familie Nepveu tot Ameide

Daarna komt er kort de familie Groenhuizen wonen. Ze komen van de Oude gracht 99, en blijven maar kort want ze verhuizen in Augustus 1909 naar nummer 1 (zie verdere beschrijving aldaar). In hun plaats komt er de familie Van Haag wonen: Johann Stefan van Haag (Rees 07.01.1872 – Utrecht 14.04.1941), zijn vrouw Maria Winanda Wilhelmina Hardung (Rees 02.03.1881 – Utrecht 20.01.1959) en dochter Maria (‘Mia’) Clara van Haag (Utrecht 21.02.1906 – Utrecht 25.12.1978). Johann is “kantoorbediende” maar later laat hij zich inschrijven als “procuratiehouder”; het is niet bekend bij welk bedrijf hij werkte. Maria trouwt in 1929 met Herman Johannes Bernardus Marie van Rooijen (IJsselstein 09.12.1903 – Utrecht 29.01.1963), neef van de vroegere bewoner van nummer 5 (zie daar). Ze blijven bij moeder Van Haag op nummer 7 wonen. Herman werkt in het bedrijf waar zijn vader en oom ook in werken, dwz keukens. De vroegere buurman Rudo Den Hartog (van nummer 5) meldde dat het behoorlijk welgestelde mensen waren, en ze ook de eersten waren die een televisie hadden. Daar mochten ze dan op woensdagmiddag en zaterdagmiddag naar komen  kijken. Vanwege de woningnood nam de familie na het overlijden van moeder Van Haag (wellicht onder dwang) het dierartsen-echtpaar Den Toom op de bovenverdieping. De familie Van Rooijen woont er tenminste 30 jaar, waarschijnlijk tot het overlijden van Mia. Ze krijgen geen kinderen.

Het huis is ook nu weer een woonhuis.